52 boeken   |   27 oktober 2015   |

Literatuur als levensbehoefte – de lessen van Steinz

Lezen met ALS - door Pieter Steinz (Illustratie Hajo de Reijger)

Dat Steinz goed is in het overbrengen van zijn enthousiasme over literatuur, wisten we natuurlijk al. De columns die in het boekje Lezen met ALS – literatuur als levensbehoefte zijn verzameld, zorgen dan ook weer voor een mooie lijst nog te lezen boeken! Maar eigenlijk zegt hij over de meeste boeken niet zo heel veel. Hij gebruikt de verhalen of bepaalde aspecten uit een boek om te vertellen over zijn eigen leven sinds hij de diagnose ALS heeft gekregen. En dat doet hij bijzonder knap. Omdat ze als columns geschreven zijn – en dus bedoeld zijn om telkens met een tussenpoos van een week te lezen – zit er hier en daar wat overbodige herhaling in. Maar echt storen doet dat nauwelijks, ook als je het boekje in een week uitleest, zoals ik.

Levenshouding

Wat het boek zo bijzonder maakt, is Steinz’ houding ten opzichte van de ziekte die hem heeft getroffen en zijn naderende dood. Hij dwingt bewondering af en als ik ooit in een vergelijkbare situatie terecht kom, ga ik dit boek zeker herlezen in de hoop te kunnen leren van zijn levenshouding. “Ik was 49, best jong, maar ouder dan veel andere ALS-patiënten; ik had al een mooi leven achter me: dertig jaar gelukkig samen, twee gezonde volwassen kinderen, drie carrières, tien boeken geschreven. Ik had in mijn leven te veel geluk gehad om niet te kunnen berusten in botte pech.” Bewonderenswaardig.

Steinz vraagt zich af of literatuur troost biedt, zoals de filosofie Boëthius troost bood (een van die boeken die ik nu toch echt moet gaan lezen!) en komt tot de conclusie dat hij niet de aangewezen persoon is daar een oordeel over te vellen. Hij is namelijk niet op zoek naar troost. Hij berustte immers vanaf het begin in het feit dat Vrouwe Fortuna hem deze dodelijke ziekte had toebedeeld. “Maar als er iets is waar ik plezier aan heb beleefd, dan was dat wel schrijven over de boeken waar ik van hou.” En dat heeft dit juweeltje opgeleverd. Mijn dank daarvoor is groot.



Geen reacties | Reageer op dit bericht

 

52 boeken, Fotograferen   |   03 januari 2015   |

Kan jouw kleine zusje dat ook?

Nummer 52 van 2014 (ja, het is me weer gelukt!) was het boek ‘Dat kan mijn kleine zusje ook – Waarom moderne kunst kunst is‘, geschreven door de uiterst creatieve Will Gompertz. Een aanrader voor iedereen die wel eens voor een kunstwerk heeft gestaan en zich afvroeg waarom dát nou kunst was. Gompertz laat zien wat de gedachte achter bekende kunstwerken was en waarom het zeer onwaarschijnlijk is dat je kleine zusje die ook had kunnen maken. Hij vertelt verhalen over kunstenaars alsof hij zelf met ze in het café gezeten heeft, waardoor het boek leest als een trein. En dankzij zijn uiteenzettingen ga je met hernieuwde interesse nadenken over wat kunst nu eigenlijk is.

Juist nu ik bezig ben met de Fotoacademie interesseert dit onderwerp mij meer dan ooit. Het gaat daar niet enkel maar om het maken van een goed, interessant beeld. Het gaat ook om het concept dat je bedacht. Maar Gompertz zegt volgens mij terecht: ‘Kunstenaars communiceren in een beeldtaal, waarschijnlijk omdat ze het moeilijk vinden hun gedachten met het gesproken woord te ordenen.’ Dus wat doe je als iemand niet goed is zo’n concept onder woorden te brengen? Of misschien niet eens wil brengen? Zo is van Miró bekend dat hij gewoon maar wat begon te tekenen. Symbolen uit zijn onderbewuste, die hij zelf niet wílde verklaren, maar waar anderen hele analyses op los hebben gelaten.

In veel gevallen worden kunstwerken interessanter, misschien zelfs mooier door de uitleg van Gompertz. Toch overtuigt hij me niet altijd. Zo vertelt hij het verhaal over de doorbraak van Jackson Pollock. Peggy Guggenheim had veel geld én invloed in de kunstwereld. Toen ze voor het eerst een schilderij van Pollock zag, meende ze dat het hopeloos was. Maar toen Mondriaan haar zei dat het juist heel bijzonder was, draaide ze als een blad aan de boom om en fluisterde daarna iedereen in hoe bijzonder het schilderij van Pollock was. Gombertz is van mening dat het maar goed is dat Mondriaan haar dat inzicht gaf, maar je zou net zo goed kunnen stellen dat Pollock beroemd geworden is omdat Peggy Guggenheim een hype creëerde.  Wat de reden ook is: Pollock kon zijn emoties kwijt in zijn schilderijen en raakte vervolgens velen met zijn werk. Al zullen veel mensen bij het zien van schilderijen toch stiekem denken: “Dat kan mijn kleine zusje toch ook.”

Graag spreek ik ook nog even mijn bewondering uit voor het lef van de vertaler, die deze geniale titel verzon. De oorspronkelijke titel nodigt namelijk aanmerkelijk minder uit tot lezen (‘Wat Are You Looking At? 150 Years of Modern Art in the Blink of an Eye’), terwijl het boek zo enorm de moeite van lezen waard is.



Geen reacties | Reageer op dit bericht

 

52 boeken   |   09 oktober 2014   |

De boekenapotheek aan de Seine

“Lezen, een reis zonder einde. Een lange, ja eeuwige reis, waarop je milder, liefdevoller en mensvriendelijker werd.” Het kon natuurlijk bijna niet anders dan dat een auteur die de magie van het lezen zo mooi weet te omschrijven, een mooi boek zou schrijven. En dat is Nina George gelukt met De boekenapotheek aan de Seine (vertaald uit het Duits: Das Lavendelzimmer). Met prachtige zinnen en een heerlijk verhaal over de liefde, liefdesverdriet en vriendschap, deelt George haar passie voor lezen en boeken.

Jean Perdu heeft in een boot een boekwinkel met boeken tegen iedere kwaal. En hij weet ook heel goed wie welk boek nodig heeft. Maar zelf leven doet hij eigenlijk niet meer, nadat zijn geliefde Manon hem twintig jaar eerder heeft verlaten. De komst van Catherine in het pand waar Jean woont, brengt daar verandering in. Voor zij een kans hebben te ontdekken wat ze precies voor elkaar voelen, moet Jean een reis maken. Zowel fysiek als mentaal. Op zoek naar antwoorden en door de pijn heen. Hij leert dat boeken weliswaar kunnen helpen, maar dat je het leven toch echt zelf leven moet!

Achterin het boek vind je Jean Perdu’s literaire noodapotheek met daarin onder meer De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha van Miguel de Cervantes Saaverda. “Helpt bij conflicten tussen realiteit en ideaal. Bijwerkingen: bezorgdheid over technocratische maatschappijen met hun machinegeweld waartegen wij als individuen slechts kunnen vechten als tegen windmolens.” Prachtig, toch?



Geen reacties | Reageer op dit bericht

 

52 boeken   |   21 september 2014   |

Een stok achter de deur

Het is wonderlijk dat ik in mijn vrije tijd weinig liever doe dan lezen, maar dat ik op een gegeven moment toch meer tv keek dan las. Tijd voor een stok achter de deur. Ik nam me vorig jaar voor geen tv meer te kijken, met uitzondering van dvd’s, en elk jaar minstens 52 boeken te lezen. Dat lukt en ik vind het heerlijk! Ik lees alles wat los en vast zit, van klassieke literatuur tot kinderboeken en fantasy. Fictie en non-fictie. Toch wonderlijk dat ik zelfs een stok achter de deur nodig heb voor iets waar ik zo blij van word.

Een tijd lang schreef ik recensies, voor Recensieweb en Athenaeum. Dat was ook een goede stok achter de deur. Maar ik worstelde met die rol. Vooral als ik een recensie moest schrijven over een boek waar ik niet enthousiast over was. Wie ben ik om een werk te bekritiseren waar iemand zijn ziel en zaligheid in heeft gelegd? Als ik echter een boek lees waar ik enthousiast over ben, wil ik dat het liefst met de hele wereld delen. In 52 boeken daarom binnenkort aandacht voor de goede boeken en de echte juweeltjes die ik nu regelmatig tegenkom, dankzij de stok die ik zelf achter mijn deur zette. Zet jij ook stokken achter je eigen deur? Laat het me weten in de reacties.

Of heb je een goede leestip? Deel hem met ons.

Lezen. Foto: Donkigotte



1 reactie | Reageer op dit bericht

 

52 boeken   |   12 september 2014   |

Uit de oude doos: Als de gekte de kop opsteekt

Deze recensie schreef ik in 2011 voor Athenaeum.

Jack Luxton zit op bed. Er ligt een geweer achter hem. Een geweer met een beladen geschiedenis, die zich langzaam ontrolt in de nieuwste roman van Graham Swift: Was je maar hier (Wish You Were Here, vertaald door Paul van der Lecq). Jack is van plan het geweer te gebruiken. Hij kan niet anders. Toch? Zijn huwelijk met Ellie staat op springen en zijn broer Tom is dood. En Ellie en Tom zijn de enige mensen in zijn leven die iets voor hem betekenen. Dat wil zeggen, sinds zijn moeder dood is.

Ruzie

Was je maar hier begint met deze scène met Jack op bed, wachtend op de terugkeer van zijn vrouw:
‘Hij heeft het jachtgeweer al beneden uit de kast gehaald – de sleutels steken in het slot – en mee naar boven genomen. Het ligt achter hem op bed, geladen, op het witte dekbed. Om niets aan het toeval over te laten, heeft hij een doos gepakt met vijfentwintig patronen (waarvan sommige al in zijn broekzak zitten), voor het geval er politieauto’s komen, voor het geval er iets misgaat. Jack bedenkt dat hij nooit eerder een wapen op een bed heeft gelegd, laat staan op hun bed, en alleen dat moet al iets te betekenen hebben. Terwijl hij door het raam tuurt, voelt hij het gewicht van het vuurwapen achter hem, dat een kuil vormt in het dekbed alsof er een klein iemand ligt te slapen. Nou goed, hoe het ook zij, aan kinderen zijn ze nooit begonnen. Dus die complicatie is er in elk geval niet.’

Tussen alle flashbacks door, keert Swift regelmatig terug naar deze slaapkamer in Lookout Cottage. Zo ook op de laatste pagina’s, waar je naartoe wilt razen om te weten wat Jack uiteindelijk zal doen.

Ellie en hij hebben een enorme ruzie gehad. Het ging allemaal mis tussen hen, toen het nieuws kwam dat Tom was overleden. Omgekomen in Irak. Jack en Tom hadden al jaren geen contact meer gehad, niet sinds Tom op zijn achttiende verjaardag wegliep van huis om zich aan te sluiten bij het leger. Maar in Ellie’s ogen was Tom altijd aanwezig, een potentiële dreiging. Zou hij terugkomen? Invalide misschien? Zou Jack dan voor hem willen zorgen? Of zou Tom boos zijn omdat ze – zonder zijn medeweten – de boerderij hadden verkocht? Maar dat bedrijf was op sterven na dood. De enige mazzel die Ellie en Jack in hun leven ooit hadden gehad, was de erfenis van het caravanpark op Isle of Wight, met bovenaan het park hun eigen Lookout Cottage. En dat ze de boerderij hadden kunnen verkopen aan rijke mensen uit de stad, die daar geen koeien wilden houden, maar die op zoek waren naar de luxe van een tweede huis op het platteland. Tom was zelf weggegaan. Tom bleef zelf stil. Hij had toch nergens meer recht op?

Eindelijk hadden zij en Jack een prettig leven. Ze gingen zelfs elk jaar op vakantie naar de Caraïben. Hoewel dat voor Jack niet zo nodig hoefde. ‘Ellie vond dat ze het moesten doen, ze konden het zich veroorloven en dus moesten ze het maar doen, waarom zouden zíj niet op vakantie mogen? Het had even geduurd, maar ten slotte had hij zich laten overhalen.’

Spoken

Maar nu Tom dood is, ligt het anders. Nu kunnen ze toch niet op vakantie gaan. ‘Dat lag voor de hand. Of tenminste, die conclusie had hem onvermijdelijk geleken. Maar bij Ellie lag dat kennelijk anders. En zo was dit allemaal begonnen.’ Want Ellie, die zo bang voor het spook van Tom is, ziet het leven waar ze van gedroomd heeft in rook opgaan. Het eerste dat Jack namelijk zegt als hij de brief leest waarin Toms dood wordt aangekondigd, is dat de vakantie dan niet door kan gaan. En Ellie vreest dat Tom, door zijn dood, een nog veel grotere rol in hun leven zal gaan spelen en die gedachte kan ze niet verdragen. Dus laat ze Jack alleen naar de repatriëringsceremonie gaan en alleen naar de begrafenis. Ze laat Jack alleen in zijn fysieke confrontatie met de spoken uit het verleden.

Een groot deel van het verhaal beschrijft de lange tocht die Jack aflegt om zijn broer te begraven. Er wordt steeds meer van de geschiedenis duidelijk. En je leert het vernietigende effect dat de gekkenkoeienziekte had op het plattelandsleven in Engeland. Die gekte sloeg weliswaar niet fysiek over op mensen, maar genoeg boeren werden er door tot wanhoop gedreven. Zo ook de boerenfamilie Luxton. Voor Jacks vader en broer is er geen uitweg, maar Jack verbindt zijn leven aan dat van zijn buurmeisje Ellie. En daarom wordt hij dus, samen met Ellie, die dan inmiddels zijn vrouw is, beheerder van een caravanpark. Dat had een ontsnapping kunnen zijn uit het uitzichtloze, beperkende leven op de boerderij. Jarenlang lijkt dat ook zo te zijn. Maar uiteindelijk leert Jack dat je niet kunt weglopen voor je verleden en dat je de spoken maar beter recht in de ogen kunt kijken.

Swift heeft een prachtige roman geschreven, vol ingehouden dramatiek, over eenvoudige mensen met problemen die ze maar nauwelijks het hoofd weten te bieden. De titel verwijst naar de woorden die Jack als klein jochie vanaf zijn vakantieadres schrijft aan zijn buurmeisje Ellie, omdat hij niets beters wist te schrijven en dus maar schreef wat zijn moeder hem influisterde. En hoewel die situatie een mooi beeld schetst van de relatie die Jack en Ellie later krijgen, zou een andere titel de lading vermoedelijk beter hebben gedekt. Iets met gekkenkoeienziekte of de dood. Misschien ‘Als de gekte de kop opsteekt.’
Want dan kun je zomaar ineens op je eigen bed zitten met een geladen geweer achter je.

 



Geen reacties | Reageer op dit bericht

 

|